Wat moet je doen bij zwangerschapsdiabetes?

Hoewel zwangerschapsdiabetes na de bevalling meestal verdwijnt, is het toch belangrijk dat de aandoening zo snel mogelijk behandeld wordt. Zwangerschapsdiabetes gaat namelijk gepaard met een aantal gezondheidsrisico’s voor moeder en kind. Onbehandeld hebben vrouwen met zwangerschapsdiabetes een hoger risico op keizersnedes, vroeggeboorte en zwangerschapsvergiftiging. Bovendien zijn de baby’s vaak te zwaar, hebben ze vaker last van ademhalingsproblemen bij de geboorte en hebben ze, net zoals de moeders, een verhoogd risico op een blijvende vorm van suikerziekte na de zwangerschap.

Door een adequate behandeling kunnen deze risico’s sterk verminderd worden.

Je huisarts of gynaecoloog zal jou voor verdere behandeling en opvolging verwijzen naar een endocrinoloog of diabetesspecialist. Je zal normaal om de vier à zes weken op controle moeten komen bij de endocrinoloog.

  1. Zelfmonitoring
    Zelfmonitoring of zelfcontrole betekent dat je het gehalte aan suiker in je bloed zelf opmeet (door middel van een vingerprik) en systematisch bijhoudt. Regelmatig meten is belangrijk om er zeker van te zijn dat je bloedglucose goed geregeld is en binnen de normale waarden blijft. Een nuchter suikergehalte zou het best minder dan 100mg/dl bedragen en een niet-nuchter suikergehalte minder dan 130mg/dl. Naargelang de meetwaarden zijn er soms aanpassingen nodig in je behandeling. Het diabetesteam zal je leren hoe je dit moet meten en opvolgen. Via de diabetoloog kan je een glucosemeter met bijhorend testmateriaal aanschaffen.
  2. Gezonde voeding
    De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat in de eerste plaats uit gezonde voeding. Het doel is om normale bloedsuikerwaarden te bereiken terwijl er toch genoeg voedingsstoffen voor moeder en kind worden voorzien. Je zal daarvoor begeleid worden door een diëtist.
    Behalve wat de energie-inname en de hoeveelheid koolhydraten betreffen, verschilt de voeding van een vrouw met zwangerschapsdiabetes niet van die van een normale zwangere op het gebied van eiwitten, ijzer, kalk, magnesium, foliumzuur en andere mineralen en vitamines.
  3. Energiebeperking
    Bedoeling van de energiebeperking is niet zozeer gewichtsverlies (dat is tijdens de zwangerschap niet wenselijk), maar wel een beperking van de gewichtstoename tot maximaal een 7 kg. Omdat de meeste vrouwen met zwangerschapsdiabetes zwaarlijvig zijn, ligt een beperking van de voedselinname als eerste maatregel voor de hand. Al naargelang het overgewicht zal de energie-inname worden beperkt tot 1.600 – 1.800 calorieën per dag, waar een normale zwangere, zeker in de tweede zwangerschapshelft, minstens 2.000 calorieën krijgt (of gemiddeld 250 kcal per dag boven op de vroegere energie-inname). Als je niet zwaarlijvig bent, dan mag je ook gerust 2000 calorieën gebruiken.
  4. Inname van koolhydraten en vetten
    Naast de energiebeperking moet ook het vetgebruik worden beperkt. Minstens de helft van de energie moet afkomstig zijn van niet-geraffineerde, traag opgenomen koolhydraten (zoals brood, aardappelen, rijst, pasta’s, fruit, groenten, enz.). Geraffineerde ‘snelle’ suikers, zoals snoep, chocolade, frisdranken, … zijn af te raden. De koolhydraten in de maaltijden worden gespreid over de dag. Per maaltijd wordt een vaste hoeveelheid koolhydraten voorzien. Vaak is het nuttig om, naast drie hoofdmaaltijden, ook een snack te nemen voor het slapengaan, om nachtelijke hypoglycemie te vermijden. Andere vrouwen hebben meer baat met frequente kleinere maaltijden over de dag gespreid. Meestal zal aangeraden worden om het ontbijt niet te uitgebreid te maken, maar eerder in de voormiddag nog een tussendoortje te eten.
  5. Beweging
    Regelmatige beweging wordt sterk aangeraden. Fysieke activiteit verbetert namelijk de werking van insuline, wat zeer belangrijk om de bloedglucosewaarden onder controle te houden. Informeer bij je arts welke vorm van lichaamsbeweging de beste is tijdens je zwangerschap.
  6. Insuline
    Bij ongeveer één op drie vrouwen met zwangerschapsdiabetes zijn insuline-inspuitingen nodig om de bloedsuikerwaarde onder controle te krijgen. De diabetesverpleegkundige zal je leren om deze injecties zelf te zetten. Bij insulinetherapie wordt de zwangerschap nauwkeurig opgevolgd door je gynaecoloog en door een diabetoloog.
  7. Orale geneesmiddelen
    Orale diabetesmedicijnen worden meestal afgeraden tijdens de zwangerschap.

Na de bevalling, wanneer de zwangerschapshormonen verdwenen zijn, verdwijnt ook de zwangerschapsdiabetes. Toch is er extra waakzaamheid geboden. De kans om zwangerschapsdiabetes te ontwikkelen bij een volgende zwangerschap is ongeveer 30-50 procent. Bovendien hebben vrouwen met zwangerschapsdiabetes een sterk verhoogd risico om binnen de vijf jaar effectief type 2-diabetes te krijgen. Een regelmatige opvolging door je huisarts, met een jaarlijkse bloedafname, wordt dan ook aangeraden. Door meer te bewegen, te zorgen voor een gezond gewicht en een gezonde voeding, kan je het risico om diabetes te krijgen verlagen met maar liefst 50 procent.

Lees ook:
Wat is zwangerschapsdiabetes?
Eet je beter geen suiker als je zwanger bent?

Bronnen:
www.kindengezin.be
www.azmol.be
https://www.goedgezind.be
www.uzleuven.be

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Wat moet je doen bij zwangerschapsdiabetes?
Sluiten