Wat gebeurt er tijdens de vijfde zwangerschapscontrole?

Tussen week 24 en 28 staat er meestal een vijfde zwangerschapscontrole bij je vroedvrouw, huisarts en/of gynaecoloog op het programma.

Afhankelijk van jouw gezondheidstoestand en eventuele bestaande gezondheidsproblemen (hoge bloeddruk, diabetes…) kunnen er, naast de routine-onderzoeken, bijkomende onderzoeken gebeuren.

Je kan tijdens deze consultatie al je vragen over je zwangerschap en bevalling bespreken. In het Zwangerschapsboekje van Kind en Gezin is er telkens ruimte om ze te noteren. Neem het daarom altijd mee als je op controle gaat.

Onder bepaalde voorwaarden mag je tijdens de werkuren op zwangerschapsonderzoek:

  • het onderzoek kan niet plaatsvinden buiten de werkuren
  • de afwezigheid duurt enkel de tijd die nodig is voor het onderzoek
  • de werkgever is vooraf verwittigd
  • je bezorgt de werkgever nadien een medisch attest

1. Beleving en klachten

De arts of vroedvrouw zal vragen naar het verloop en jouw beleving van de zwangerschap en eventuele klachten of problemen. Tijdens dit controle-onderzoek zal je arts of vroedvrouw speciaal aandacht besteden aan:

  • De bewegingen van je baby.
  • Klachten die kunnen wijzen op pre-eclampsie, zoals hoofdpijn, wazig zicht, buikpijn, braken, oedeem van handen, gelaat en enkels en abnormale gewichtstoename?
  • Signalen die kunnen wijzen op een vroegtijdige ontsluiting en geboorte, zoals contracties, menstruatieachtige pijn, doffe lage rugpijn of verandering van bestaande rugpijn, drukgevoel in het bekken of verandering drukgevoel in het bekken, verandering in vaginale uitscheiding of bloedingen, buikkrampen met of zonder diarree en pijn in de dijen.
bevalling zorg vroedvrouw

2. Onderzoeken en tests

  • Tijdens elke raadpleging word je gewogen om na te gaan of je niet te veel of te weinig bijkomt.
  • Ook de bloeddruk wordt bij elke zwangerschapscontrole gemeten. Een hoge bloeddruk (hypertensie) is immers een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van pre-eclampsie.
  • Bij elke controle wordt de groei van de baarmoeder nagegaan. Zo controleert de verloskundige of het kindje voldoende groeit. Hierbij wordt met een meetlint de lengte tussen het samenkomen van je linker- en rechterschaambeen (het gebied onder je navel, waar je schaambeen begint) en de bovenrand van je baarmoeder gemeten. Dit wordt de fundushoogte genoemd. De fundushoogte is een weergave van de totale massa van foetus, placenta en vruchtwater. Normaal komt de fundushoogte overeen met de zwangerschapsduur in weken, met een afwijking van 3 à 4 cm. Bijvoorbeeld: bij een zwangerschap van 24 weken mag de hoogte van de fundus variëren tussen 20 en 28 cm, maar niet meer of minder.
  • Je vroedvrouw of (huis)arts zal de hartslag van het kindje controleren met de doptone. Mogelijk zal het hartpatroon van de foetus vanaf nu gecontroleerd worden met cardiotocografie (CTG). CGT is een techniek waarmee de harttonen van de baby (cardio) en de weeënactiviteit van de baarmoeder tegelijk kunnen gemeten en opgevolgd worden.
  • De urine wordt onderzocht op het eiwitgehalte (proteïnurie) om nierziekten en aandoeningen van de urinewegen op te sporen en het risico op pre-eclampsie in te schatten.
  • Bij elke zwangere vrouw tussen 24 en 28 weken een bloedglucosetest uitvoeren om zwangerschapsdiabetes op te sporen.
  • Indien je rhesus negatief bent, wordt nagegaan of je in de loop van uw zwangerschap antistoffen tegen het bloed van je baby hebt aangemaakt. Ook wordt de rhesus D bloedgroep van je kind nagegaan.

Bronnen:
https://domusmedica.be
https://kce.fgov.be
https://www.nhg.org

Lees ook: Alles wat je moet weten over zwangerschapsvergiftiging

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Wat gebeurt er tijdens de vijfde zwangerschapscontrole?
Sluiten