Waarom je iemand met een zwangerschapsverlies beter niet probeert te troosten

Ze had kleine sokjes gekocht om het aan de grootouders te vertellen, slabbetjes voor de peter en meter en kleine pins voor de nonkels en tantes. Zo blij was ze. Eindelijk een pósitieve zwangerschapstest.

Ze hadden samen gehuild van vreugde. Na dagen, weken, maanden en jaren van wachten was het eindelijk zover: die tweede streep verscheen. Ze had bij tientallen tests voordien telkens keihard haar ogen dichtgeknepen om beter te kunnen focussen, in de hoop toch een heel lichte lijn te spotten, maar nu was het overduidelijk. Een dikke, duidelijke, roze streep, die een volgende fase in haar leven aankondigde.

Natuurlijk moest ze voorzichtig zijn, dat wist ze. Zij leed aan endometriose, en wist dat het in haar geval ingewikkeld kon zijn. Zij zou de 12 weken afwachten om het aan de hele wereld bekend te maken, maar in tussentijd kon hun geluk niet op. Al snel begonnen ze te fantaseren over hoe ze de kamer zouden inrichten, welke kleuren ze zouden kiezen en hoe de familie zou reageren bij de aankondiging van het heuglijke nieuws. De blijdschap, de ontroering, de opluchting. Eindelijk! Na al die tijd!

“De woorden van de dokter waren koud en onverbiddelijk.”

’s Avonds streelde ze haar buik, terwijl ze fluisterde ‘hou mijn baby goed vast’. Op één nacht had ze zelfs van hem gedroomd: hij was heel klein, heel fragiel, maar tegelijkertijd al groot… De zwangerschapssymptomen herinnerden haar er dagelijks aan dat haar droom werkelijkheid zou worden. Misselijkheid, vermoeidheid en pijnlijke borsten… Een week eerder had ze haar kleintje op de echo gezien. Het kleine hartje klopte al zo snel… Alles was in orde, dus ze kreeg ook al haar uitgerekende datum mee: 14 februari. De hoogdag van de liefde dan nog. Nu kan het toch niet meer mislopen, dacht ze.

En dan kwam die ochtend. Het soort ochtend dat je voor altijd uit je geheugen zou willen wissen. Bloedverlies, de wachtkamer, verdriet. Het kleine hartje was gestopt met kloppen. De woorden van de dokter waren koud en onverbiddelijk: “Wat verwacht je met een endo? Je moet niet wenen, er is niets om verdrietig over te zijn, het is gewoon een miskraam.”

Haar verdriet veranderde in woede. Woede tegen haarzelf, tegen de hele wereld, tegen haar man. Hoe kan hij zoveel van haar houden als ze hun baby heeft verloren? En woede tegen de gynaecoloog. “Het is gewoon een miskraam.” Dan al besefte ze dat er nog meer gelijkaardige opmerkingen zouden volgen: “Het zal wel eens lukken, maak je geen zorgen.” En “Het was toch nog geen kindje”, “Probeer gewoon opnieuw”, “Gelukkig dat het nu gebeurt en niet over enkele maanden” of “Als je een miskraam had, dan was daar een goede reden voor. Het is de natuur die beslist.”

Droge woorden, troostend bedoeld, maar zij hield al zoveel van hem. Haar kleine baby blijft voor altijd slechts 8 weken oud.

Zeg nooit tegen een vrouw die een zwangerschapsverlies doormaakt dat het niet zo erg is, of dat het erger kon. In theorie weet ze dat wel, maar dat neemt de pijn niet weg. Misschien had ze al kleine sokjes gekocht.

Lees ook:
Getuigenis: Endometriose… en toch zwanger
Hoe omgaan met afscheid, dood en verlies?
Hoe herstel je van een zwangerschapsverlies?
Wensmama’s en sterrenmama’s herstellen op de materniteit: “Hartverscheurend”
Getuigenis: “Ik had een buitenbaarmoederlijke zwangerschap”

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Waarom je iemand met een zwangerschapsverlies beter niet probeert te troosten
Sluiten