Ontzwangeren, wat houdt dat eigenlijk in?

In principe heeft je lichaam ongeveer zes tot acht weken nodig om te ‘ontzwangeren’. Kwaaltjes waar je tijdens de zwangerschap last van had, zullen dus niet direct verdwijnen. Integendeel, enkele zaken worden nog iets erger… voor ze verdwijnen.

Bloedverlies

De eerste dagen tot weken na een bevalling heb je rood bloedverlies. Qua hoeveelheid is dit te vergelijken met een forse menstruatie. Er kunnen ook stolsels aanwezig zijn. Het is normaal dat je bij het opstaan vanuit liggende houding of bij het geven van borstvoeding/kolven meer bloed verliest. Geleidelijk aan zal het bloedverlies bruiner worden en daarna bleker en slijmeriger. De totale duur van de afscheiding kan tot 6 weken bedragen.

Vraag hulp als je:
• heel veel bloed verliest;
• veel stolsels verliest;
• je na enkele dagen plots veel of slecht ruikend bloed verliest, buikpijn en koorts hebt of je onwel voelt.

Het is normaal dat de eerste maandstonden overvloediger kunnen zijn. Ververs regelmatig de verbanden en gebruik de eerste weken geen tampons.

Naweeën

Naweeën zijn pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder na de bevalling. Ze voelen aan als krampen in de onderbuik, soms in de rug, een beetje vergelijkbaar met menstruatiepijn. Ze hebben als doel het bloedverlies te beperken op de plaats waar de moederkoek vastzat (nu een ‘open wonde’) en wat in de baarmoeder aanwezig is aan bloed en stolsels uit te drijven. Het is dus normaal dat je telkens als je naweeën voelt een toename merkt in je vaginale bloedverlies.

Naweeën heb je meestal de eerste uren/dagen na je bevalling. Het is bekend dat naweeën meestal pijnlijker en langduriger zijn naarmate je meer bevallingen achter de rug hebt.

Bij het geven van borstvoeding/kolven ervaar je de naweeën sterker en heb je vaak meer bloedverlies. Hetzelfde hormoon dat ervoor zorgt dat de melk uit je tepel komt, zorgt er ook voor dat je baarmoeder samentrekt. Als je flesvoeding geeft, ervaar je de naweeën meer verspreid gedurende de dag.

Hechtingen

Een knip of een scheur(tje) bezorgt sommige vrouwen veel en andere vrouwen weinig last. Het is een wondje dat gehecht is en dat je de eerste dagen voortdurend voelt als je zit, ligt of stapt. De eerste uren na een bevalling kan een ijszakje voor pijnverlichting zorgen. Je kan bij veel pijn ook altijd een pijnstiller nemen.

Het is belangrijk dat je zwelling zoveel mogelijk tegengaat, want hoe meer zwelling, des te meer pijn je zal hebben van de hechtingen. Probeer daarom je best te doen om toch op het wondje te gaan zitten, bij voorkeur op een stoel, en dus niet op een ‘zwembandje’ of ‘donut’. Spoel telkens je naar het toilet geweest bent de wonde met zuiver water en dep goed droog. Ververs regelmatig je maandverband. Zo beperk je de kans op wondinfectie. Op de kraamafdeling worden ontsmettende zitbadjes gebruikt.

De draadjes bestaan uit oplosbaar materiaal en hoeven niet te worden verwijderd. Soms kan een bepaalde hechting je toch veel last bezorgen; de vroedvrouw kan die verwijderen voor je het ziekenhuis verlaat.

Bij een keizersnede lossen de draadjes vaak vanzelf op, andere hechtingen of nietjes worden ongeveer een week na de bevalling verwijderd door de gynaecoloog of vroedvrouw. De zone rond het litteken voelt waarschijnlijk nog wat verdoofd aan. Het kan tot 6 maand of een jaar duren vooraleer het gevoel hersteld is.

Borststuwing

Tijdens de zwangerschap hebben je borsten zich voorbereid om borstvoeding te kunnen geven. Na de bevalling brengen hormonale processen de volledige melkproductie op gang. Je borsten kunnen gaan zwellen en gespannen aanvoelen. Een drietal dagen na de bevalling bereikt deze stuwing een hoogtepunt, nadien neemt de stuwing weer af. Soms heb je een lichte temperatuurstijging. Wanneer er te veel melk in de borsten blijft staan, kan de normale stuwing overgaan in een ernstige stuwing, en zo eventueel een borstontsteking veroorzaken.

De vroedvrouw zal je helpen om dit te behandelen door bijvoorbeeld de baby de borsten beter leeg te laten drinken. Ze zal ook helpen om de pijn te verlichten. Als je kunstvoeding geeft, krijg je medicatie die de melkproductie tegengaat. Deze medicatie wordt niet terugbetaald door de ziekteverzekering. Zelfs als je deze medicatie hebt ingenomen, kan je toch nog last hebben van stuwing, zij het dan meestal minder erg. Een tweede keer de medicatie innemen, is meestal niet nodig. De melkproductie stopt vanzelf.

Tips bij normale stuwing

  • voed je baby als hij hierom vraagt, frequent aanleggen voorkomt ernstige stuwing;
  • draag een goed steunende, niet knellende bh;
  • voor de voeding natte warme doeken op je borsten leggen zorgt ervoor dat de melkkanalen uitzetten en dat de melk er gemakkelijker uitkomt;
  • na de voeding ijskompressen op je borsten leggen doet de melkkanalen terug verkleinen en kan de zwelling doen afnemen;
  • masseer je borsten zachtjes in de richting van je tepel voor goede lediging van de melkkanaaltjes. Dat is belangrijk om een borstontsteking te voorkomen.

Stoelgang en plassen

Vooral als je kleine scheurtjes aan de schaamlippen hebt, kan plassen heel pijnlijk zijn. Spoel uitgebreid met lauw water om de pijn te verzachten.

Door zwelling van de schaamstreek kan je de eerste uren mogelijk niet plassen. Probeer regelmatig op het toilet te gaan zitten. Een ontzwellende pijnstiller en wat koude compressen brengen meestal de oplossing. Als je na een zestal uren nog steeds niet kan plassen, zal de vroedvrouw je blaas ledigen met een sonde. Dit probleem is meestal van tijdelijke aard. Door sonderen tijdens je arbeid en bevalling krijg je makkelijk een blaasontsteking. Bij klachten zal je urine gecontroleerd worden en mogelijk krijg je een antibioticum voorgeschreven.

Het is normaal dat je de eerste 48u na je bevalling weinig of geen stoelgang hebt. Als je na drie dagen nog steeds geen ontlasting hebt gehad, meld dit dan aan de vroedvrouw.

Maatregelen om de stoelgang te bevorderen

  • pas je voeding aan: veel groenten en fruit en voldoende vezelrijke voeding;
  • drink veel water;
  • veel bewegen;
  • neem eventueel een glycerinesuppo of een klein lavement.

Zo’n dertig procent heeft een jaar na de bevalling nog steeds last van urineverlies. Bij vrouwen die tijdens de bevalling een totaalruptuur hebben gehad, liggen de cijfers nog hoger. Hier lees je alles over urineverlies tijdens de zwangerschap en na de bevalling.

Aambeien

Als je tijdens de zwangerschap al last had van hemorrhoïden (aambeien, speen), zijn deze vaak erger na de bevalling. Zorg in dit geval zeker voor een zachte stoelgang; constipatie verergert hemorrhoïden. Vaak verminderen en verdwijnen aambeien weer de eerste weken na een bevalling.

Een specifieke behandeling wordt in overleg met je arts ingesteld (medicatie, zalf, suppo’s, ijs, laxerende voeding). Laat zeker geen afbinding of operatie uitvoeren de eerste zes weken na de bevalling.

Gewicht

Kort na de bevalling kan je wel 7 tot 8 kg verliezen. Dat is het gewicht van je baby, de moederkoek en het vruchtwater en van de krimpende baarmoeder. Ook zal je merken dat je vaker plast: stilaan raak je al het vocht dat je hebt opgestapeld weer kwijt. De andere kilo’s (vooral vetmassa) zal je minder snel kwijtraken.

De snelheid waarmee je terug op je oorspronkelijk gewicht komt wordt bepaald door je eetgewoonten, het feit of je borst- of flesvoeding geeft en je oorspronkelijke gewicht vóór de zwangerschap.

Gun je lichaam tijd om je oude gewicht te herwinnen en pas je levensstijl en eetgewoonten daaraan aan. In elk geval is de borstvoedingsperiode geen geschikt moment om een streng dieet te beginnen.

Zwangerschapsstriemen

Tijdens de zwangerschap kan je striemen ter hoogte van de heupen, buik, billen en borsten krijgen. Eenmaal je striemen hebt, verdwijnen ze niet helemaal na de bevalling.

Seksualiteit en anticonceptie na de bevalling

Vanaf 10 dagen na de bevalling zijn er geen medische bezwaren tegen vrijen. Sommige vrouwen hebben al vrij snel weer zin in seks, bij andere duurt het veel langer voor de seksdrive terugkomt. Bespreek de nieuwe situatie en respecteer elkaars gevoelens.

De keuze van een geschikt voorbehoedsmiddel is afhankelijk van het al dan niet geven van borstvoeding. Wanneer je geen borstvoeding geeft, komen de eerste maandstonden 6 tot 8 weken na de bevalling. Wanneer je borstvoeding geeft, zal de menstruele cyclus later op gang komen. Het is mogelijk dat de eerste maandstonden er pas na het stoppen van de borstvoeding door komen. Dit betekent echter niet dat borstvoeding een veilig voorbehoedsmiddel is. Zodra je weer vaginaal bloedverlies heeft, ben je ook bij volledige borstvoeding mogelijk weer vruchtbaar. Een gewone pil mag nog niet gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Een condoom, koperspiraal, minipil of hormonenspiraal kunnen wel gecombineerd worden met borstvoeding.

Willen jullie geen kinderen meer? Dan is er uiteraard ook nog altijd een vasectomie mogelijk.

De ‘babyblues’ of ‘maternity blues’

Veel mama’s voelen zich prikkelbaar na de geboorte van hun kindje. Momenten van intens geluk wisselen af met momenten van verdriet. Deze emotionele schommelingen kunnen enkele uren, maar soms ook enkele dagen duren. Meestal heb je vooral rond de derde dag last van onverklaarbare huilbuien: de tranen vloeien zonder dat je begrijpt waarom. Soms kunnen deze gevoelens ook pas de kop opsteken als je terug thuis bent. Het is belangrijk dat je weet dat dit volkomen normaal is. Hiervoor zijn een aantal verklaringen:

  • je lichaam ondervindt een sterke daling van hormoonspiegels en heeft soms moeite zich hieraan aan te passen;
  • je emoties worden ook beïnvloed door lichamelijke ongemakken zoals pijn aan je knip/scheurtje, naweeën, pijn bij het voeden…;
  • je kan het gevoel hebben de hele dag bezig te zijn met luiers verschonen, voeden, verzorgen en slaaptekort hebben (nachtvoedingen).

Sommige moeders voelen zich niet begrepen of schrikken omdat ze niet onmiddellijk het ‘moedergevoel’ voor hun baby voelen en voelen zich hierom schuldig. Ook je partner speelt een belangrijke rol in het omgaan met deze gevoelens. Vaders reageren niet altijd hetzelfde op de geboorte van een baby als moeders. Maar ook voor hen is het een uitdaging en ook zij moeten groeien in hun rol.

Tips

• probeer voldoende te rusten. Misschien kan je een beroep doen op kraamhulp?
• praat met de vroedvrouw of thuis met je partner en/of je familie over je gevoelens. De gevoelens zijn normaal en je hoeft ze zeker niet op te kroppen;
• maak tijd voor jezelf en andere dingen dan enkel je baby en de verzorging van je baby: ga eens een kop koffie drinken met een vriendin of ga eens een namiddag de stad in; weet dat niemand zonder problemen de rol van moeder opneemt. Gun jezelf de tijd om te groeien in je moederrol; de liefde voor je baby zal groeien met de tijd.

In sommige gevallen blijven de negatieve gevoelens aanhouden en kan je afglijden naar een postpartum depressie. Als je last hebt van volgende symptomen neem je best contact op met je huisarts of gynaecoloog:

  • je slaapt moeilijk en rusten helpt niet meer;
  • je voelt je minderwaardig of hebt schuldgevoelens, je hebt het gevoel dat je gefaald hebt; je hebt lichamelijke klachten die niet overgaan;
  • je bent extreem uitgeput en prikkelbaar;
  • je hebt eetstoornissen.

Spieroefeningen

Een deel van je perinatale kinesitherapiebeurten bewaar je best voor na de bevalling. In principe mag je na een vaginale bevalling snel beginnen met spieroefeningen, zowel lichte buikspieroefeningen als bekkenbodemspieroefeningen. Zware buikspieroefeningen stel je best uit tot 6 weken na de bevalling.

Na een keizersnede wacht je best met buikspiertraining tot de wonde goed is genezen (tot je postnatale controle). Bekkenbodemoefeningen kan je wel direct starten.

Lees ook:
Postpartumlife in 7 cartoons
Expliciete’ reclamespot met pas bevallen mama gaat viraal
Getuigenis: “Ik mis mijn zwangere buik”
Ouderschapsverlof aanvragen: regels en bedrag
Geen seksdrive meer sinds de bevalling? Seksuologe Vanessa geeft raad

Bronnen:
www.uzgent.be
www.thuisarts.nl
https://www.radboudumc.nl

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Ontzwangeren, wat houdt dat eigenlijk in?
Sluiten