COLUMN. ‘En plots was hij weg’

Nog voor ik had gezien waar het muntje moest, stond hij al aan zijn softijs te likken. ’t Was dan ook de vierde keer in drie weken dat we in Ikea liepen, telkens op zoek naar de ‘laatste’ stuks voor onze pas gerenoveerde living. We hadden hem op voorhand iets lekkers beloofd en na ruwweg tienduizend stappen, 7 frieten, 6 kötbullar en 1 miniroosje broccoli had hij het ook wel verdiend.

Vol energie – en suiker – schoot hij weer uit de startblokken. Op de benedenverdieping nu. Een zelf uitgestippelde route in de vorm van een gekrulde carnavalslinger zorgde ervoor dat hij telkens weer opdook aan het middenpad, waar onze kar aan een slakkengang vooruit rolde. Tot dan hadden we ‘m ongeveer elke 20 seconden gezien. Maar ineens bleef hij een minuut weg. Drie minuten. Vijf minuten. En de tijd dikte aan.

In het begin riepen we lacherig zijn naam, alsof hij elk moment zijn verstopplek kon prijsgeven. Aangezien het ook dan nog akelig stil bleef, besloten we toch zelf eens rond te kijken. Eerst mijn man, terwijl ik aan de kar bleef wachten. Heel even was ik opgelucht toen hij weer terugkwam: ‘Hij zal de deugniet wel meehebben.’ Hij keek op zijn beurt ook blij: ‘Die kleine staat zeker al aan de kar.’ Niet dus.

Akkoord, de kans is miniem dat iemand hem zou meenemen, maar waar wás hij dan? Ook ik doorliep nu alle gangen én deuren die een shortcut bieden richting kassa. Voor de zoveelste keer knalde door de speakers dat de winkel ging sluiten, waarop ook de laatste klanten zich naar de uitgang haastten. Ik voelde hoe de radeloosheid me van binnenuit probeerde te verlammen, maar dan weerklonk plots gehuil, zijn gehuil. En mijn gigantische zucht van opluchting.

Ik draaide me om en zag hem zitten op de arm van een jonge vrouw. Hij had de pijlen gevolgd en was verdwaald in het magazijn, vertelde ze me terwijl hij in mijn armen viel. Ik denk dat ik haar zeker vijf keer bedankt heb voor ik me naar de kleine man richtte en diep in zijn ogen keek: ‘Je moet mama áltijd blijven zien, dan kan ik jou ook altijd zien!’ Hij knikte. Punt gemaakt en les geleerd, dacht ik. ‘Wil je even in de kar zitten?’, voegde ik er nog aan toe. ‘Nee, ik wil lópen!’ klonk het. Oh, boy.

Auteur: Sofie Van Rossom

Met een felle threenager en een wiebel-wandelend madammetje van 1 staat voor mama Sofie elke dag een ander avontuur op het menu. Meestal met een flinke portie fun, maar vaak ook met een pollepel drama. In elk geval voer genoeg voor een maandelijkse column. 

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
COLUMN. ‘En plots was hij weg’
Sluiten