COLUMN. Een derde kindje: ja of nee?

Vijf kinderen wilde hij. Toch trouwde ik met hem. Ik had een flauw vermoeden dat hij er wel anders over zou denken eens het eerste deel van zijn vijfstappenplan een feit was. Ik had gelijk. Aan kind één hadden we onze handen al vol en het tweede volgde snel. Iedereen riep dat we blij mochten zijn met een zoon en een dochter, een “koningswens”. Wij knikten heel hard maar diep vanbinnen bleef het toch knagen. Of we toch niet voor een derde zouden gaan…

We besloten van niet. Toen weer van wel. Of toch maar niet. Drie jaar lang twijfelden we: het verstand zei neen, het hart zei ja. Onze kinderen waren ondertussen al vijf en bijna vier. Uiteindelijk kwamen we tot het besluit dat een wandelwagen, een krijsende baby en een luiertas vol flesjes en pampers niet meer in ons leven paste. Moeder Natuur dacht daar anders over.

Daar stond ik dan, met een positieve test in mijn handen, niet zeker hoe ik me moest voelen. De eerste drie maanden van mijn zwangerschap zat ik op een achtbaan van emoties. Soms werd ik ’s nachts wakker, kapot van de schrik dat we een gezin van drie kinderen niet zouden aankunnen. Wat als we een perfecte situatie om zeep hadden geholpen? “Bederf niet wat je hebt door te verlangen naar wat je niet hebt…” Dit advies van de Griekse filosoof Epicurus hing bij ons aan de muur, maar ik had het volledig in de wind geslagen.

Mijn gemoed werd lichter naarmate de zwangerschap vorderde. We keken enorm uit naar ons kindje. Alles zou wel in z’n plooi vallen, en dat deed het. Opnieuw kregen we niet de meest gemakkelijkste baby in huis, opnieuw stond ik soms met mijn hoofd tegen de muur te bonken. Maar al heel snel kon ik me ons gezin niet meer inbeelden zonder haar.

Wie nog twijfelt, moet goed beseffen dat er meer bij komt kijken dan drie keer zoveel pampers kopen en drie monden voeden.

Al wil ik de situatie niet romantiseren. Wie nog twijfelt, moet goed beseffen dat er meer bij komt kijken dan drie keer zoveel pampers kopen en drie monden voeden. Reken ook op drie keer zo vaak rijden voor hun hobby’s, drie keer op een te klein stoeltje zitten tijdens het oudercontact, drie keer zoveel kampjes gepland krijgen in de zomer,… Aan alles wat mij te wachten staat als ze eenmaal hun vleugels beginnen uit te slaan, wil ik zelfs nog niet denken.

Maar dat is net het voordeel aan zo’n klein ding in huis: je kan de tijd wat langer laten stilstaan. Als ik m’n zoon zie puberen, als mijn oudste dochter haar knokige benen tegen me aan drukt, als ik merk hoe mijn rol als mama voor hen begint te veranderen, dan ben ik blij dat er nog eentje rondloopt die de term kinderlijke naïviteit alle eer aandoet. Hoe groot haar broer en zus ook worden, zij zal altijd mijn kleintje zijn.

Auteur: Annemie Vandeweerdt

Annemie is mama van drie kinderen die de luiers al lang ontgroeid zijn. In deze column blikt ze terug op de voorbije babyjaren.

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
COLUMN. Een derde kindje: ja of nee?
Sluiten