LEESTIP. ‘Ben ik dan een slechte mama?’: Patsy Kerkhofs over de helse zoektocht naar een juiste diagnose

Gedreven, volhardend en vol moederliefde: zo zou ik Patsy Kerkhofs omschrijven na het lezen van haar boek. Zelf is ze van die termen lang niet overtuigd geweest, integendeel. Wanneer Kaat ‘onhandelbaar probleemgedrag’ begint te stellen, het op school helemaal fout loopt, en de zorgverleners en potentiële diagnoses zich opstapelen, vraagt Patsy zich vooral af wat zíj fout doet. Aan het einde van een slopende zoektocht blijkt Kaat uiteindelijk hoogbegaafd. “Van de vier jaar dat wij geworsteld en gezocht hebben, had ik er twee kunnen afpitsen”, denkt Patsy, en dus besluit ze haar verhaal en vooral ook kennis te delen in een boek.

“Mijn dochter was mijn grootste drijfveer om ons verhaal neer te pennen. Ik wil dat ze, wanneer ze daar klaar voor is, haar hele verhaal kan lezen, zodat ze ziet vanwaar ze komt. Daarnaast wou ik taboes doorbreken. Over opvoeding, het schoolsysteem, labels en ouderschap, omdat ik mezelf lang onbegrepen heb gevoeld. Wie hetzelfde doormaakt, wil ik tijd doen besparen door kanalen aan te reiken die verder gaan dan het klassieke psycholoog-psychiater traject.”

Waar had voor jou de zoektocht beter kunnen lopen?

“Daar hoef ik niet lang over na te denken. Ik zou meer kijken naar het kind achter het gedrag. Wij hebben ons heel lang gefocust op haar handelingen. Vandaag de dag kijk ik uitsluitend naar de oorzaak. Wat triggert haar? Is ze bang, hoe komt dat dan? Voelt ze zich kwaad, wat kan daar de reden voor zijn?”

Kaat kreeg verschillende diagnoses, maar bleek hoogbegaafd te zijn. Hoe gaat het vandaag met haar?

“Het gaat héél goed met haar. Zowel aan de buitenkant, als aan de binnenkant. Er zijn zeker nog dipjes, maar weinig. En vooral, de vicieuze cirkel is doorbroken. In eerste instantie heeft ze dat aan zichzelf te danken. Ze heeft echt heel hard gewerkt. Maar ik ben er ook van overtuigd dat mijn wilskracht om eruit te geraken, samen met haar, geen onmisbare factor was. Haar gelukkiger maken, was een doel op zich.

Wanneer de psychiater op een gegeven moment medicatie voorstelt om Kaats gedrag te temperen, twijfelen Patsy en haar man even. Helpt het überhaupt? Zullen er bijwerkingen zijn? Hoe werkt het dan in Kaats hoofd? De start verloopt moeizaam, maar na enkele weken keert de rust thuis terug.

“De medicatie heeft ons gezin een time-out gegeven. En het is die rust die ons de mogelijkheid gaf om tot haar door te dringen, met haar te praten en met haar te werken. Natuurlijk was het ‘houden van’ de saus over alles. Dat, en beseffen dat haar gedrag niet-intentioneel was. Geen enkel kind wíl stout, lastig of onhandelbaar zijn. Als je kind een been breekt, zal de pijnstiller soelaas bieden, maar de goede zorgen en de knuffels versnellen het genezingsproces. De medicatie loste het probleem niet op, maar gaf ons ruimte om naar de oplossing te zoeken.

Er kleeft nog steeds een stigma aan probleemkinderen.

“Voor ons was medicatie de laatste stap vóór een opname. In de 3,5 jaar ervoor hadden we alle andere opties afgevinkt. Veel ouders kiezen voor medicatie zonder tot een oplossing op lange termijn te komen. Dat is geen verwijt. Als je zelf in een ratrace leeft, kan je niet verwachten dat je elke dag het geduld aan de dag kan leggen om het probleem vanuit de oorsprong op te lossen. Toen we gestart zijn met medicatie, ben ik thuisgebleven. Ik had tijd én energie en dat heeft voor een heuse ommekeer gezorgd.”

Had je omgeving meer voor jou kunnen betekenen?

“Er kleeft nog steeds een stigma aan probleemkinderen. Als ouder moet je wel marginaal zijn of niet goed voor je kind zorgen. Ik had me als mens beter gevoeld als er minder taboe en oordeel was geweest in ons traject. Kaat had daar ongetwijfeld de vruchten van geplukt. Ik voelde me als mama niet goed in mijn vel, en heb dat bij momenten zeker uitgestraald. Mensen weten het vaak beter: ‘Wees wat meer consequent, ga eens op vakantie en neem wat afstand,…’ Als je aan de zijlijn staat, is commentaar makkelijk gegeven.”

Waarom hamer je erop dat er over ‘speciaal zijn’ wordt gepraat in plaats van over ‘anders zijn’?

“Als je kind ‘anders’ is, dan wil dat zeggen dat je het vergelijkt met ‘het normale’, of ‘de maatstaf’. Maar ga vandaag eens kijken in een klas. Hoeveel kinderen hebben een individuele aanpak nodig? Moeten we ons dan niet de vraag stellen of ‘normaal’ nog wel ‘normaal’ is? Moeten we die norm niet eens herbekijken? Stel dat je morgen klassen zou indelen op basis van capaciteit in plaats van leeftijd. Dan is iedereen in die klas ‘normaal’. Nu verwachten we dat kinderen van dezelfde leeftijd, in dezelfde klas, op hetzelfde moment dezelfde leerstof verwerken, en bovendien nog dezelfde minimumscores moeten behalen. Is dát wel logisch?”

Hoe zie jij de toekomst voor Kaat?

“Ik heb er vertrouwen in. We hebben lessen getrokken uit het verleden en we hebben geleerd om met haar manier van denken om te gaan. Maar een belangrijke factor blijft de leerkracht die in de klas staat. Treffen we iemand met weinig geduld die geen uitdaging of structuur biedt, dan zal zich dat tonen. Omgekeerd geldt hetzelfde: als wij ons geduld straks weer zouden verliezen, dan zal de juf in de klas dat merken.”

Ben je bang dat ze deze ‘valse start’ voor de rest van haar leven meedraagt?

“We willen haar alle kansen in het leven geven, dat is ook de reden waarom we zo hard aan onszelf, aan haar en aan de omgeving zijn blijven trekken. Mensen vragen me vaak waar ik de kracht ben blijven halen, maar ik kon mij niet neerleggen bij dit verhaal. Ik voelde heel intuïtief aan dat we er nog niet waren. Mijn grootste trigger is altijd Kaat zelf geweest. Je wil je kind gelukkig zien. Als jouw kind morgen kanker heeft, dan ga je als ouder ook niet in de helft van de chemokuur naar de Caraïben vliegen. Je gaat tot het uiterste en blijft aan haar zijde. Voor mij was dat ook zo. Kaat had ‘iets’ en dat moest opgelost worden. Ook al was dat geen zichtbare ziekte, geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht haar in de steek te laten. Het is je oerinstinct als moeder. Punt.”

En toch is het belangrijk om jezelf niet te verliezen in de strijd.

“Je moet oog blijven hebben voor jezelf, anders hou je het niet vol. Je hoeft daarom geen week op vakantie te gaan, maar tijd voor jezelf of voor je partner nemen is heel belangrijk.”

Patsy’s tips voor ouders die vastzitten in een gelijkaardige zoektocht

– Blijf het kind achter het gedrag zien. Bevestig het kind ook, en zeg niet dat de emoties er niet mogen zijn. We zeggen al te vaak: ‘doe niet flauw’, ‘huil nu maar niet’, ‘wees eens niet zo boos’… Waarom zouden ze niet mogen voelen en zijn? Erken de gevoelens, en communiceer daarover met alle betrokken partijen.

– Stel ook jezelf in vraag. Wij racen door onze levens en onze kinderen worden verondersteld te volgen. Niet ieder kind is daarvoor gemaakt. Ik was zelf bijvoorbeeld heel ambitieus, maar heb nu een stap teruggezet.

– Blijf geloven in jezelf en je kind. Als jij ervan overtuigd bent dat het niet klopt, hou daar dan aan vast. Een fysieke ziekte benoemen we zonder gêne, maar een mentaal ‘labeltje’ lijkt precies een vies beestje. Waarom is dát in godsnaam nodig? Er is niets mis mee, zolang het kind niet in een hokje geduwd wordt en alle kansen krijgt.

boek ben ik dan een slechte mama

‘Ben ik dan een slechte mama?’ Hoogsensitief, hoogbegaafd en andere etiketjes die aan ons gezin kleven. – uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts – 180 pagina’s – 19,99€

 

Patsy werkt nu als zelfstandige ondernemer en sterkt ouders door gericht advies, begeleiding of opleiding, gewoonweg omdat kinderen er álle baat bij hebben en elke groeikans verdienen. Meer info via: www.attitudemindset.be

 

Interview: Evi Renaux

 

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
LEESTIP. ‘Ben ik dan een slechte mama?’: Patsy Kerkhofs over de helse zoektocht naar een juiste diagnose
Sluiten