35 weken zwanger

De geboorte van jullie baby komt steeds dichterbij. Een spannende tijd, maar misschien ook een periode van ongemakken en onzekerheden. Aarzel niet om je wensen en vragen kenbaar te maken aan de vroedvrouw.

Mama tijdens week 35

  • De baarmoeder is deze week op zijn grootst. Rond deze tijd bereikt de baarmoeder het hoogste punt: de ribboog. Daardoor kunnen je longen aardig in de knel komen. De longcapaciteit kan met een kwart afnemen en dat merk je. Je kan nu bijvoorbeeld benauwd en kortademig zijn. Zorg er daarom dus voor dat je je niet te veel inspant.
  • Met een steeds groter wordende baarmoeder en de sluitspier van je plasbuis die verslapt, kan je ongewild urine verliezen. Dit wordt ook wel zwangerschapsincontinentie genoemd. Als je lacht of niest, verlies je meteen ook een paar druppels urine. Het zijn meestal kleine hoeveelheden, maar je voelt je toch vies en schaamt je er misschien zelfs voor. Na de bevalling gaat zwangerschapsincontinentie meestal weer over.
  • Tijdens de laatste weken van de zwangerschap kunnen je borsten af en toe lekken. Meestal gaat het maar om een druppeltje melk dat je kan opvangen met behulp van borstkompressen in je beha.
  • Tijdens de zwangerschap (en de periode van borstvoeding) vermijd je het best zoveel mogelijk pijnstillers. Maar soms heb je toch een pijnstiller nodig. Bespreek dit wel altijd vooraf met jouw (huis)arts. Indien je een pijnstiller nodig hebt, kies dan voor een pijnstiller op basis van paracetamol, in de kleinste dosis voor de kortst mogelijke tijd. Dat wil zeggen dat je de maximale dosis van 6 keer 50 mg niet overschrijdt en geen paracetamol met codeïne of met cafeïne neemt. Dit middel mag gedurende de hele zwangerschap gebruikt worden, ook tijdens de eerste maanden. Paracetamol is effectief tegen lichte en matige pijn. Pijnstillers op basis van acetylsalicylzuur worden tijdens de hele duur van de zwangerschap en ook tijdens de periode van borstvoeding afgeraden.
  • Zorg ervoor dat je uitgerust aan de bevalling begint. Met een goede conditie kun je de klus beter klaren. Neem op tijd zwangerschapsverlof en probeer alle spullen voor de komst van jullie kindje zo rond de 36 weken in huis te hebben. Doe de laatste weken alles in een rustig tempo. Ga elke middag even liggen.
  • Wil je thuis bevallen of in het ziekenhuis? Bespreek dat dan met je verloskundige. Zij kan alle voor- en nadelen met je op een rijtje zetten en samen met jou en je partner kijken wat goed bij je past. Bespreek ook hoe je wil bevallen. Denk bijvoorbeeld aan de manier van bevallen (zoals je houding), over omgaan met pijn, over wat je wel en niet wilt in het eerste uur na de bevalling, en over het doorknippen van de navelstreng. Bespreek alles goed met je verloskundige. Bedenk wel één ding: een bevalling is nooit precies te plannen. Het kan altijd anders lopen dan je in je hoofd had.
keizersnede
  • Blijf zoveel mogelijk bewegen. Lopen en fietsen worden steeds lastiger, maar zwemmen blijft goed te doen.
  • Bij ernstige zwangerschapsgerelateerde bloeddrukproblemen zoals pre-eclampsie, zal mogelijk tijdelijk in het ziekenhuis worden opgenomen zodat de conditie van jezelf en van de baby permanent kan opgevolgd worden. De kans bestaat dat je baby voor de uitgerekende datum geboren wordt.
  • Bijna de helft van de vrouwen die zwanger zijn beginnen plots te snurken terwijl ze dat voorheen nooit gedaan hebben. Ook bestaat een verhoogde kans op tijdelijke slaapapneu, een fenomeen waarbij de ademhaling soms even stopt.
  • Zolang de baarmoederhals onrijp is (stug en hoog) kan vrijen de arbeid niet op gang brengen. Wanneer de baarmoederhals echter zacht geworden is en zeker wanneer de vliezen zijn gebroken, mag je niet meer vrijen.
  • Of je nu voor de eerste, tweede, derde, … keer bevalt, thuis bevalt of één of meerdere dagen in het ziekenhuis verblijft, de eerste weken thuis vergen een hele aanpassing. Tijdens deze periode kan een goede ondersteuning het verschil maken. Hiervoor kan je een beroep doen op kraamzorg. Kraamzorg is de zorg voor moeder en baby tijdens de eerste periode na de bevalling. Het kan onderverdeeld worden in twee grote delen: de medische ondersteuning door de vroedvrouw en de niet-medische begeleiding door de kraamverzorgende. Voor louter huishoudelijk werk doe je beter een beroep op een dienst voor huishoudhulp in je gemeente of streek, of kan je gebruik maken van het systeem van dienstencheques. Eens je bevallen bent, verwittig je zo snel mogelijk de dienst kraamzorg, zodat zij ervoor kunnen zorgen dat je geniet van een naadloze overgang van de kraamkliniek naar je thuissituatie.

Je baby tijdens week 35

De foetus is nu ongeveer 43-44 cm groot en weegt ongeveer 2300-2500 gram.

  • De foetus is bijna helemaal ‘af’. De longen en de nieren zijn bijna volledig ontwikkeld, de darmen functioneren en de lever is in staat om afvalstoffen te verwerken. Het enige orgaan dat je buikbaby echt nog volop aan het ontwikkelen is, zijn de hersenen. Die ontwikkeling gaat door tot na de geboorte.
  • Ondertussen worden de vetlagen steeds dikker. De kleur van de foetus verandert, onder invloed van de vetlaag, van bloedrood naar zachtroze.
  • Na 35 weken zwangerschap heeft de baby een redelijk slaapritme gekregen. In zijn slaap komt hij nu ook in de fase die de REM-slaap heet. In dit onderdeel van de slaapcyclus komen dromen voor. In deze periode is soms duidelijk te merken, wanneer de foetus wakker is en wanneer hij rust. Toch worden lang niet alle bewegingen van de foetus door de moeder waargenomen en dat is maar goed ook, want hij heeft maar korte slaapperiodes van zo’n 30 tot 40 minuten.
  • De foetus ligt nu bijna voortdurend met het hoofd omlaag. Hij kan nog wel om zijn as draaien: met de rug van links, naar rechts en terug, maar de kans dat het zich nog helemaal omdraait van hoofd- naar stuitligging, neemt af. De verloskundige zal regelmatig controleren of de baby daadwerkelijk is ingedaald.
  • Vanaf ongeveer week 35-36 is je baby zo groot, dat hij nog maar weinig bewegingsruimte heeft. De kans dat hij nog van houding verandert, wordt alsmaar kleiner. In 95 procent van de gevallen ligt de baby in de zogenaamde achterhoofdligging. Dit is de beste houding voor een vaginale bevalling. Zo’n 3 procent van de baby’s ligt in stuit op het moment dat de bevalling nadert. Bij een stuitligging ligt het hoofd van het kind boven in de baarmoeder en de billen of de beentjes beneden in het bekken van mama. Bij een stuitligging zal de arts of vroedvrouw rond deze tijd proberen om de baby te draaien. Dit lukt helaas niet altijd. Dan kan een keizersnede nodig zijn.
  • De darmen van de baby bevatten een groenzwarte substantie, het meconium. Dat ontstaat uit het vruchtwater dat de baby opdrinkt. In dit vruchtwater zitten huidcellen van de baby’s donshaartjes. Het is niet de bedoeling dat de baby al ontlasting heeft. Als dit wel het geval is (en het vruchtwater is verkleurd) dan moet je in het ziekenhuis bevallen waar de conditie van de baby beter in de gaten kan worden gehouden

Lees ook:
Verkoudheid tijdens de zwangerschap: wat mag je wel en niet doen?
10 tips bij het leggen van je geboortelijst
Zo maak je een geboorteplan
Alles wat je moet weten over kraamzorg
Zwangerschap verhoogt kans op snurken en slaapapneu

Het beste van Minimi.be in je mailbox?

Schrijf je hier in voor onze nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
35 weken zwanger
Sluiten